DailyVerses.netTemasVersículo al AzarRegistrar

Versículos de la Biblia sobre Mentir

«En efecto, «el que quiera amar la vida y gozar de días… 1 Pedro 3:10-11»
En efecto, «el que quiera amar la vida y gozar de días felices, que refrene su lengua de hablar el mal y sus labios de proferir engaños; que se aparte del mal y haga el bien; que busque la paz y la siga.»Want: wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, weerhoude zijn tong van het kwade, en zijn lippen van bedrog te spreken; hij wijke af van het kwade en doe het goede, hij zoeke de vrede en jage die na.
Señor, líbrame de los labios mentirosos y de las lenguas embusteras.Here, red mij van de leugenlippen, van de bedrieglijke tong.
El Señor aborrece a los de labios mentirosos, pero se complace en los que actúan con lealtad.Leugenlippen zijn de Here een gruwel, maar wie trouw handelen, zijn Hem welgevallig.
Solo el de conducta intachable, que practica la justicia y de corazón dice la verdad; que no calumnia con la lengua, que no le hace mal a su prójimo ni le acarrea desgracias a su vecino.Hij, die onberispelijk wandelt en doet wat recht is en waarheid spreekt in zijn hart, die met zijn tong niet lastert, die zijn metgezel geen kwaad doet en geen smaad op zijn naaste laadt.
Luego añadió: —Lo que sale de la persona es lo que la contamina. Porque de adentro, del corazón humano, salen los malos pensamientos, la inmoralidad sexual, los robos, los homicidios, los adulterios, la avaricia, la maldad, el engaño, el libertinaje, la envidia, la calumnia, la arrogancia y la necedad. Todos estos males vienen de adentro y contaminan a la persona.En Hij zeide: Hetgeen uit de mens naar buiten komt, dat maakt de mens onrein. Want van binnenuit, uit het hart der mensen, komen de kwade overleggingen, hoererij, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstand. Al die slechte dingen komen van binnen uit naar buiten en maken de mens onrein.
El de labios mentirosos disimula su odio, y el que propaga calumnias es un necio.Wie haat verbergt, is een leugenlip; wie laster verbreidt, is een dwaas.
Que refrene su lengua de hablar el mal y sus labios de proferir engaños.Bewaar uw tong voor het kwade en uw lippen voor het spreken van bedrog.
El perverso provoca contiendas, y el chismoso divide a los buenos amigos.Een valsaard veroorzaakt twist, een lasteraar brengt scheiding tussen vrienden.
Si afirmamos que tenemos comunión con él, pero vivimos en la oscuridad, mentimos y no ponemos en práctica la verdad.Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet.
Quien se conduce con integridad anda seguro; quien anda en malos pasos será descubierto.Wie in oprechtheid wandelt, gaat veilig, maar wie zijn wegen verdraait, wordt doorzien.
Dejen de mentirse unos a otros, ahora que se han quitado el ropaje de la vieja naturaleza con sus vicios, y se han puesto el de la nueva naturaleza, que se va renovando en conocimiento a imagen de su creador.Liegt niet meer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd, en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper.
El testigo verdadero jamás engaña; el testigo falso propaga mentiras.Een betrouwbaar getuige liegt niet, maar wie leugens uitblaast, is een vals getuige.
“No mates, no cometas adulterio, no robes, no presentes falso testimonio, honra a tu padre y a tu madre”, y “ama a tu prójimo como a ti mismo”.Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Aleja de mí la falsedad y la mentira; no me des pobreza ni riquezas, sino solo el pan de cada día.Houd valsheid en leugentaal verre van mij, geef mij armoede noch rijkdom, voed mij met het brood, mij toebedeeld.
Dichosos serán ustedes cuando por mi causa la gente los insulte, los persiga y levante contra ustedes toda clase de calumnias.Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
La gente chismosa revela los secretos; la gente confiable es discreta.Wie met laster omgaat, verraadt geheimen; maar wie betrouwbaar van geest is, houdt een zaak verborgen.
La lengua que brinda alivio es árbol de vida; la lengua insidiosa deprime el espíritu.Zachtheid van tong is een boom des levens, maar valsheid in haar is een verderf in de geest.
Quien teme al Señor aborrece lo malo; yo aborrezco el orgullo y la arrogancia, la mala conducta y el lenguaje perverso.De vreze des Heren is het kwade te haten; hoogmoed en trots en boze wandel en een mond vol draaierijen haat ik.
No va bien con los necios el lenguaje refinado, ni con los gobernantes, la mentira.Een groot woord past niet aan een dwaas, hoeveel te minder leugentaal aan een edele.
Aleja de tu boca la perversidad; aparta de tus labios las palabras corruptas.Doe weg van u de valsheid van mond en houd ver van u de verkeerdheid der lippen.
Los labios del justo destilan bondad; de la boca del malvado brota perversidad.De lippen van de rechtvaardige weten wat welgevallig is, maar de mond der goddelozen is enkel valsheid.
—Ananías —le reclamó Pedro—, ¿cómo es posible que Satanás haya llenado tu corazón para que le mintieras al Espíritu Santo y te quedaras con parte del dinero que recibiste por el terreno? ¿Acaso no era tuyo antes de venderlo? Y una vez vendido, ¿no estaba el dinero en tu poder? ¿Cómo se te ocurrió hacer esto? ¡No has mentido a los hombres, sino a Dios!Maar Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld om de heilige Geest te bedriegen en iets achter te houden van de opbrengst van het stuk land? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en was, na de verkoop, de opbrengst niet te uwer beschikking? Hoe kondt gij aan deze daad in uw hart plaats geven? Gij hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God.
Ustedes son de su padre, el diablo, cuyos deseos quieren cumplir. Desde el principio este ha sido un asesino, y no se mantiene en la verdad, porque no hay verdad en él. Cuando miente, expresa su propia naturaleza, porque es un mentiroso. ¡Es el padre de la mentira!Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen.
Dios no es un simple mortal para mentir y cambiar de parecer. ¿Acaso no cumple lo que promete ni lleva a cabo lo que dice?God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?

Versículo de la Biblia del día

Te exaltaré, mi Dios y rey; por siempre bendeciré tu nombre.

Reciba el Versículo Diario:

Plan de lectura de la Biblia

Registrar y configurar su plan de lectura de la Biblia que desea ver su progreso y el siguiente capítulo para leer aquí!
AceptarEste sitio utiliza cookies