DailyVerses.net
mailfacebooktwitterandroid
Deutsch | English | Español | Nederlands | Português | Slovenský

21 Versículos de la Biblia sobre Mentir

Reina-Valera 1995Nederlands Bijbelgenootschap
El que anda en integridad y hace justicia; el que habla verdad en su corazón; el que no calumnia con su lengua ni hace mal a su prójimo ni admite reproche alguno contra su vecino.Hij, die onberispelijk wandelt en doet wat recht is en waarheid spreekt in zijn hart, die met zijn tong niet lastert, die zijn metgezel geen kwaad doet en geen smaad op zijn naaste laadt.
Porque: «El que quiere amar la vida y ver días buenos, refrene su lengua de mal y sus labios no hablen engaño; apártese del mal y haga el bien; busque la paz y sígala.»Want: wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, weerhoude zijn tong van het kwade, en zijn lippen van bedrog te spreken; hij wijke af van het kwade en doe het goede, hij zoeke de vrede en jage die na.
Pero decía que lo que sale del hombre, eso contamina al hombre, porque de dentro, del corazón de los hombres, salen los malos pensamientos, los adulterios, las fornicaciones, los homicidios, los hurtos, las avaricias, las maldades, el engaño, la lujuria, la envidia, la calumnia, el orgullo y la insensatez. Todas estas maldades salen de dentro y contaminan al hombre.En Hij zeide: Hetgeen uit de mens naar buiten komt, dat maakt de mens onrein. Want van binnenuit, uit het hart der mensen, komen de kwade overleggingen, hoererij, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstand. Al die slechte dingen komen van binnen uit naar buiten en maken de mens onrein.
El hombre perverso promueve contienda, y el chismoso separa a los mejores amigos.Een valsaard veroorzaakt twist, een lasteraar brengt scheiding tussen vrienden.
Si decimos que tenemos comunión con él y andamos en tinieblas, mentimos y no practicamos la verdad.Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet.
La lengua apacible es árbol de vida, pero la perversidad de ella es quebrantamiento de espíritu.Zachtheid van tong is een boom des levens, maar valsheid in haar is een verderf in de geest.
El que anda con chismes revela el secreto; el de espíritu fiel lo guarda íntegro.Wie met laster omgaat, verraadt geheimen; maar wie betrouwbaar van geest is, houdt een zaak verborgen.
El de labios mentirosos encubre el odio; el que propaga la calumnia es un necio.Wie haat verbergt, is een leugenlip; wie laster verbreidt, is een dwaas.
¡Libra mi alma, Jehová, del labio mentiroso y de la lengua fraudulenta!Here, red mij van de leugenlippen, van de bedrieglijke tong.
El que camina en integridad anda confiado, pero el que pervierte sus caminos sufrirá quebranto.Wie in oprechtheid wandelt, gaat veilig, maar wie zijn wegen verdraait, wordt doorzien.
Guarda tu lengua del mal y tus labios de hablar engaño.Bewaar uw tong voor het kwade en uw lippen voor het spreken van bedrog.
El temor de Jehová es aborrecer el mal: yo aborrezco la soberbia, la arrogancia, el mal camino y la boca perversa.De vreze des Heren is het kwade te haten; hoogmoed en trots en boze wandel en een mond vol draaierijen haat ik.
Bienaventurados seréis cuando por mi causa os insulten, os persigan y digan toda clase de mal contra vosotros, mintiendo.Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
Los labios del justo saben decir lo que agrada, mas la boca de los malvados habla perversidades.De lippen van de rechtvaardige weten wat welgevallig is, maar de mond der goddelozen is enkel valsheid.
El testigo verdadero no miente; el testigo falso dice mentiras.Een betrouwbaar getuige liegt niet, maar wie leugens uitblaast, is een vals getuige.
No matarás. No adulterarás. No hurtarás. No dirás falso testimonio. Honra a tu padre y a tu madre. Y amarás a tu prójimo como a ti mismo.Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf.
Vanidad y mentira aparta de mí, y no me des pobreza ni riquezas, sino susténtame con el pan necesario.Houd valsheid en leugentaal verre van mij, geef mij armoede noch rijkdom, voed mij met het brood, mij toebedeeld.
Si no conviene al necio el lenguaje elocuente, ¡cuánto menos al príncipe el labio mentiroso!Een groot woord past niet aan een dwaas, hoeveel te minder leugentaal aan een edele.
Aparta de ti la perversidad de la boca, aleja de ti la iniquidad de los labios.Doe weg van u de valsheid van mond en houd ver van u de verkeerdheid der lippen.
No mintáis los unos a los otros, habiéndoos despojado del viejo hombre con sus hechos y revestido del nuevo. Éste, conforme a la imagen del que lo creó, se va renovando hasta el conocimiento pleno.Liegt niet meer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd, en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper.
Los labios mentirosos son abominables para Jehová, pero le complacen quienes actúan con verdad.Leugenlippen zijn de Here een gruwel, maar wie trouw handelen, zijn Hem welgevallig.
Versículo de la Biblia del día
Vanidad y mentira aparta de mí, y no me des pobreza ni riquezas, sino susténtame con el pan necesario.
Reciba el Versículo Diario:
mailCorreo electrónico
facebookFacebook
twitterTwitter
androidAndroid
Plan de lectura de la Biblia
Registrar y configurar su plan de lectura de la Biblia que desea ver su progreso y el siguiente capítulo para leer aquí!
Aceptar Este sitio utiliza cookies