DailyVerses.net
mailfacebooktwitterandroid
Deutsch | English | Español | Nederlands | Português | Slovenský

51 Versículos da Bíblia sobre Confiança

« Jeremias 17:7-8 »
Almeida Revista e CorrigidaNieuwe Bijbelvertaling
Bendito o varão que confia no Senhor, e cuja esperança é o Senhor. Porque ele será como a árvore plantada junto às águas, que estende as suas raízes para o ribeiro e não receia quando vem o calor, mas a sua folha fica verde; e, no ano de sequidão, não se afadiga nem deixa de dar fruto.Gezegend wie op de HEER vertrouwt, wiens toeverlaat de HEER is. Hij is als een boom geplant aan water, zijn wortels reiken tot in de rivier. Hij merkt de komst van de hitte niet op, zijn bladeren blijven altijd groen. Tijden van droogte deren hem niet, steeds weer draagt hij vrucht.
Confia no Senhor de todo o teu coração e não te estribes no teu próprio entendimento. Reconhece-o em todos os teus caminhos, e ele endireitará as tuas veredas.Vertrouw op de HEER met heel je hart, steun niet op eigen inzicht. Denk aan hem bij alles wat je doet, dan baant hij voor jou de weg.
No dia em que eu temer, hei de confiar em ti.In mijn bangste uur vertrouw ik op u.
Confia ao Senhor as tuas obras, e teus pensamentos serão estabelecidos.Vertrouw bij je werk op de HEER, en je plannen zullen slagen.
Quando passares pelas águas, estarei contigo, e, quando pelos rios, eles não te submergirão; quando passares pelo fogo, não te queimarás, nem a chama arderá em ti.Moet je door het water gaan - ik ben bij je; of door rivieren - je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan - het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.
Faze-me ouvir a tua benignidade pela manhã, pois em ti confio; faze-me saber o caminho que devo seguir, porque a ti levanto a minha alma.Laat mij in de morgen uw liefde horen, in u stel ik mijn vertrouwen, wijs mij de weg die ik gaan moet, mijn ziel verlangt naar u.
E esta é a confiança que temos nele: que, se pedirmos alguma coisa, segundo a sua vontade, ele nos ouve.Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil.
Aquele que habita no esconderijo do Altíssimo, à sombra do Onipotente descansará. Direi do Senhor: Ele é o meu Deus, o meu refúgio, a minha fortaleza, e nele confiarei.Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende, zegt tegen de HEER: 'Mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God, op u vertrouw ik.'
Porque andamos por fé e não por vista.We leven in vertrouwen op God; wat komen gaat is nog niet zichtbaar.
Peça-a, porém, com fé, não duvidando; porque o que duvida é semelhante à onda do mar, que é levada pelo vento e lançada de uma para outra parte.Vraag vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen.
Em Deus está a minha salvação e a minha glória; a rocha da minha fortaleza e o meu refúgio estão em Deus.Hij alleen is mijn rots en mijn redding, mijn burcht, ik zal niet wankelen.
Não deixará vacilar o teu pé; aquele que te guarda não tosquenejará.Hij zal je voet niet laten wankelen, hij zal niet sluimeren, je wachter.
Olhai para as aves do céu, que não semeiam, nem segam, nem ajuntam em celeiros; e vosso Pai celestial as alimenta. Não tendes vós muito mais valor do que elas?Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?
Perto está o Senhor de todos os que o invocam, de todos os que o invocam em verdade.Allen die hem aanroepen is de HEER nabij, die hem roepen in vast vertrouwen.
E, assim, com confiança, ousemos dizer: O Senhor é o meu ajudador, e não temerei o que me possa fazer o homem.Zodat we vol vertrouwen kunnen zeggen: 'De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat zouden mensen mij kunnen doen?'
O receio do homem armará laços, mas o que confia no Senhor será posto em alto retiro.Angst voor mensen is een valstrik, wie op de HEER vertrouwt, wordt beschermd.
A quem tenho eu no céu senão a ti? E na terra não há quem eu deseje além de ti.Wie buiten u heb ik in de hemel? Naast u wens ik geen ander op aarde.
Sejam vossos costumes sem avareza, contentando-vos com o que tendes; porque ele disse: Não te deixarei, nem te desampararei.Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen met wat u hebt. Hij heeft immers zelf gezegd: 'Nooit zal ik u afvallen, nooit zal ik u verlaten'
O meu Deus, segundo as suas riquezas, suprirá todas as vossas necessidades em glória, por Cristo Jesus.Mijn God zal uit de overvloed van zijn majesteit elk tekort van u aanvullen, door Christus Jezus.
O que atenta prudentemente para a palavra achará o bem, e o que confia no Senhor será bem-aventurado.Wie goed luistert, zal het goed vergaan, wie op de HEER vertrouwt, is gelukkig.
E nós conhecemos e cremos no amor que Deus nos tem. Deus é amor e quem está em amor está em Deus, e Deus, nele.Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.
Em Deus louvarei a sua palavra; em Deus pus a minha confiança e não temerei; que me pode fazer a carne?Op God, wiens woord ik prijs, op God vertrouw ik, angst ken ik niet, wat kan een sterveling mij aandoen?
Confia no Senhor e faze o bem; habitarás na terra e, verdadeiramente, serás alimentado.Vertrouw op de HEER en doe het goede, bewoon het land en leef er veilig.
Amados, não creiais em todo espírito, mas provai se os espíritos são de Deus, porque já muitos falsos profetas se têm levantado no mundo.Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen.
Oh! Quão grande é a tua bondade, que guardaste para os que te temem, e que tu mostraste àqueles que em ti confiam na presença dos filhos dos homens!Hoe groot is het geluk dat u hebt weggelegd voor wie u vrezen, dat u bereid hebt voor wie schuilen bij u, heel de wereld zal het zien.
Anterior123Próximo
Versículo da Bíblia do dia
Hebreus 3:4
Porque toda casa é edificada por alguém, mas o que edificou todas as coisas é Deus.
Hebreus 3:4 | ARC | 15/09/2019
criação Deus
Receba o Versículo Diário
mailE-mail
facebookFacebook
twitterTwitter
androidAndroid
Plano de leitura da Bíblia pessoal
Registrar para configurar seu plano de leitura da Bíblia e ver o seu progresso.