DailyVerses.net

21 Bijbelteksten over Genezing

« Markus 9:23 »

NBV BGT NBG BB
X
KR92
Jezus zei: ‘Je vraagt of ik iets kan doen? Als je gelooft, kan alles!’»Jos voit?» vastasi Jeesus. »Kaikki on mahdollista sille, joka uskoo.»
Jezus hoorde dat en zei tegen Jaïrus: ‘Wees niet bang! Blijf geloven, dan zal je dochter gered worden.’Mutta kun Jeesus kuuli tämän, hän sanoi esimiehelle: »Älä pelkää. Usko, niin hän pelastuu.»
Hij geeft mensen weer hoop, hij neemt hun pijn weg.Hän parantaa ne, joiden mieli on murtunut, hän sitoo heidän haavansa.
Als je ziek bent, roep dan de leiders van de kerk bij je. Zij moeten voor je bidden, en wat olie over je heen gieten. Daarbij moeten ze de naam van onze Heer Jezus Christus uitspreken. Dankzij hun geloof en hun gebed zul je gered worden. De Heer zal je beter maken. En als je verkeerde dingen gedaan hebt, zal God je vergeven.Jos joku teistä on sairaana, kutsukoon hän luokseen seurakunnan vanhimmat. Nämä voidelkoot hänet öljyllä Herran nimessä ja rukoilkoot hänen puolestaan, ja rukous, joka uskossa lausutaan, parantaa sairaan. Herra nostaa hänet jalkeille, ja jos hän on tehnyt syntiä, hän saa sen anteeksi.
Jezus zei: ‘Dat is goed. Je bent beter geworden dankzij je geloof.’ Op datzelfde moment kon de man weer zien. Hij ging met Jezus mee, op weg naar Jeruzalem.Silloin Jeesus sanoi hänelle: »Mene, uskosi on parantanut sinut.» Samassa mies sai näkönsä takaisin, ja hän lähti kulkemaan Jeesuksen mukana.
Maak zieke mensen beter en maak dode mensen weer levend. Maak mensen met een huidziekte beter en jaag kwade geesten weg. Jullie krijgen die macht van God. Help daarmee andere mensen en vraag er niets voor terug.Parantakaa sairaita, herättäkää kuolleita, puhdistakaa spitaalisia ja ajakaa pois pahoja henkiä. Lahjaksi olette saaneet, lahjaksi antakaa.
Vrolijke gedachten houden je gezond, maar sombere gedachten maken je ziek.Iloinen sydän pitää ihmisen terveenä, synkkä mieli kuihduttaa ruumiin.
In de heilige boeken staat: «God heeft ons het leven gegeven. Daarom moeten we hem trouw blijven, anders wordt hij jaloers.» En dat staat er echt niet voor niets!Tunnustakaa siis syntinne toisillenne ja rukoilkaa toistenne puolesta, jotta parantuisitte. Vanhurskaan rukous on voimallinen ja saa paljon aikaan.
Als de mensen van mijn volk dan laten zien dat ze spijt hebben, dan zal ik vanuit de hemel naar hen luisteren. Ik zal naar hen luisteren als ze tot mij bidden en mij zoeken. Als ze weer gaan leven zoals ik het wil. Dan zal ik hun zonden vergeven en hun land weer vruchtbaar maken.Ja jos silloin kansani, jonka olen ottanut omakseni, nöyrtyy ja rukoilee, kääntyy minun puoleeni ja hylkää pahat tiensä, niin minä kuulen sitä taivaaseen, annan sen synnit anteeksi ja teen sen maan jälleen terveeksi.
Maar God heeft hem gestraft voor ons. Gods dienaar is mishandeld voor onze fouten, hij is gedood voor onze zonden. Want wij luisterden niet meer naar God, we leken wel verdwaalde schapen. En Gods dienaar moest onze schuld dragen. Omdat hij gestraft werd, hebben wij nu vrede. Omdat hij geslagen is, zijn wij genezen.Vaikka meidän rikkomuksemme olivat hänet lävistäneet ja meidän pahat tekomme hänet ruhjoneet. Hän kärsi rangaistuksen, jotta meillä olisi rauha, hänen haavojensa hinnalla me olemme parantuneet.
Maar jullie hebben eerbied voor mij. Voor jullie zal op die dag de zon opgaan. En die zon zal geluk en vrede brengen. Jullie zullen net zo vrolijk zijn als kalveren die losgelaten worden uit de stal.Mutta teille, jotka pelkäätte minun nimeäni, on nouseva pelastuksen aurinko, ja te parannutte sen siipien alla. Te astutte ulos, hypitte riemusta kuin vasikat laitumella.
Dankzij Jezus Christus zijn onze zonden vergeven. Hij heeft onze zonden gedragen toen hij stierf aan het kruis. Nu kunnen wij leven zoals God het wil. Want door het lijden van Christus zijn wij bevrijd.Itse, omassa ruumiissaan, hän »kantoi meidän syntimme» ristinpuulle, jotta me kuolisimme pois synneistä ja eläisimme vanhurskaudelle. »Hänen haavansa ovat teidät parantaneet.»
Jesaja wilde weggaan. Maar al voordat hij het paleis uit was, stuurde de Heer hem terug naar Hizkia, met deze boodschap: ‘Hizkia, jij bent de koning van mijn volk. Ik ben de Heer, de God van je voorvader David. Ik heb je gebed gehoord en ik heb je tranen gezien. Ik zal zorgen dat je beter wordt. Over twee dagen zul je weer naar mijn tempel kunnen gaan.’Mene takaisin ja sano Hiskialle, kansani hallitsijalle: Näin sanoo Herra, isäsi Daavidin Jumala: ’Minä olen kuullut rukouksesi, olen nähnyt kyyneleesi. Minä parannan sinut. Kahden päivän päästä voit astua Herran temppeliin.’
Maak daar de zieke mensen beter en zeg tegen hen: ‘Gods nieuwe wereld is dichtbij.’Parantakaa kaupungin sairaat ja kertokaa kaikille: ’Jumalan valtakunta on tullut teitä lähelle.’
Toen Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar voor zieke mensen.’Jeesus kuuli sen ja sanoi: »Eivät terveet tarvitse parantajaa, vaan sairaat.»
‘Jullie moeten goed naar mij luisteren, want ik ben de Heer, jullie God. Jullie moeten doen wat ik wil. Jullie moeten je houden aan mijn wetten en regels. Dan zullen jullie niet de ziektes krijgen die ik naar de Egyptenaren gestuurd heb. Ik ben de Heer. Ik zorg ervoor dat jullie gezond blijven.’Herra sanoi: »Jos kuuntelet tarkasti, mitä minä puhun, ja teet sen, mikä on oikein minun silmissäni, jos muistat minun käskyni ja noudatat kaikkia minun lakejani, niin minä en pane sinun vaivaksesi mitään niistä sairauksista, joilla kuritin egyptiläisiä. Minä, Herra, olen sinun parantajasi.»
Op een sabbat gaf Jezus in de synagoge uitleg over God. Daar was ook een vrouw die een kwade geest in zich had. Die geest maakte haar al achttien jaar ziek. De vrouw was helemaal krom, ze kon niet meer rechtop staan. Toen Jezus haar zag, riep hij haar bij zich en zei: ‘Je bent bevrijd van je ziekte.’ Toen legde hij zijn handen op de vrouw, en meteen kon ze weer rechtop staan. En de vrouw dankte God. Maar de leider van de synagoge was kwaad, omdat Jezus de vrouw beter gemaakt had op sabbat. De leider zei tegen de mensen: ‘Er zijn zes dagen waarop we moeten werken. Op die dagen mag je komen om te worden genezen. Maar niet op sabbat.’ Maar de Heer antwoordde: ‘Wat zijn jullie schijnheilig! Als je koe of je ezel wil drinken, dan geven jullie hem te drinken. Ook al is het sabbat. Maar jullie willen niet dat deze vrouw op sabbat geholpen wordt. Terwijl ze bij het volk van Abraham hoort, en al achttien jaar in de macht van Satan was.’ Toen Jezus dat zei, schaamden zijn tegenstanders zich. En alle andere mensen waren blij met de geweldige dingen die hij deed.Jeesus oli sapattina eräässä synagogassa opettamassa. Siellä oli nainen, jota kahdeksantoista vuotta oli vaivannut sairauden henki. Hänen selkänsä oli pahasti köyryssä, eikä hän kyennyt suoristamaan itseään. Nähdessään hänet Jeesus kutsui hänet luokseen ja sanoi: »Nainen, olet päässyt vaivastasi.» Hän pani kätensä naisen päälle, ja heti tämä oikaisi selkänsä ja ylisti Jumalaa. Kun synagogan esimies näki, että Jeesus paransi sairaan sapattina, hän suutuksissaan sanoi paikalla oleville: »Viikossa on kuusi päivää työtä varten, tulkaa silloin parannettaviksi älkääkä sapattina.» Herra vastasi: »Te tekopyhät! Jokainen teistä kyllä päästää sapattina härkänsä tai aasinsa kytkyestä ja vie sen juomaan. Tätä Abrahamin tytärtä on Saatana pitänyt siteissään jo kahdeksantoista vuotta. Eikö häntä olisi saanut päästää vapaaksi sapatinpäivänä?» Jeesuksen vastauksen kuullessaan kaikki hänen vastustajansa olivat häpeissään, mutta kansa iloitsi kaikista ihmeteltävistä teoista, joita hän teki.
God heeft mij uitgekozen. Daarom is zijn Geest bij mij. God heeft mij gestuurd om aan arme mensen het goede nieuws te vertellen. En om tegen gevangenen te zeggen dat ze weer vrij zijn. Om blinden te vertellen dat ze weer zullen zien. En om mensen die het moeilijk hebben, te helpen.Herran henki on minun ylläni, sillä hän on voidellut minut. Hän on lähettänyt minut ilmoittamaan köyhille hyvän sanoman, julistamaan vangituille vapautusta ja sokeille näkönsä saamista, päästämään sorretut vapauteen.
De Heer laat blinden weer zien. Mensen die gevallen zijn, helpt hij overeind. De Heer heeft goede mensen lief.Hän antaa sokeille näön ja nostaa maahan painetut jaloilleen. Herra rakastaa oikeamielisiä.
Heer, maak mij beter, zodat ik weer gezond ben. Red mij, zodat ik veilig ben. Dan kan ik u danken.Paranna sinä minut, Herra, niin minä paranen. Auta minua, niin minä saan avun. Sinua yksin minä ylistän!
Toen de Heer sprak, werden ze beter. Hij redde hen van de dood.Hän lähetti sanansa, ja se paransi heidät, haudan partaalta hän auttoi heidät turvaan.

Lees meer

Opmerkingen
Bijbeltekst van de dag
Bij de Heer ben ik veilig, hij is de allerhoogste God. Bij hem vind ik rust, hij is de machtige God. Daarom zeg ik tegen hem: ‘U beschermt me, ik hoef niet bang te zijn. Op u vertrouw ik.’
Ontvang de dagelijkse Bijbeltekst:
E-mail
Facebook
Twitter
Android