Proef en geniet de goedheid van de HEER, gelukkig de mens die bij Hem schuilt. | Smaakt en ziet, dat de Here goed is; welzalig de man die bij Hem schuilt. |
Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op Hem gevestigd. | Mijn ziel zegt: Mijn deel is de Here, daarom zal ik op Hem hopen. |
De HEER hoort de kreten van de rechtvaardigen, Hij bevrijdt hen uit de nood. Gebroken mensen is de HEER nabij, Hij redt wie zwaar wordt getroffen. | Roepen zij, dan hoort de Here, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden. De Here is nabij de gebrokenen van hart en Hij verlost de verslagenen van geest. |
Groot is de HEER, Hem komt alle lof toe, zijn grootheid is niet te doorgronden. | De Here is groot en zeer te prijzen, zijn grootheid is ondoorgrondelijk. |
Welnu, met de Heer wordt de Geest bedoeld, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid. | De Here nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid. |
Rechtvaardig is de HEER in alles wat Hij doet, heel zijn schepping blijft Hij trouw. | De Here is rechtvaardig in al zijn wegen, goedertieren in al zijn werken. |
De HEER wil ik prijzen, elk uur van de dag, mijn mond is altijd vol van zijn lof. | Ik wil de Here te allen tijde prijzen, bestendig zij zijn lof in mijn mond. |
Liefdevol en genadig is de HEER, Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw. | Barmhartig en genadig is de Here, lankmoedig en rijk aan goedertierenheid. |
Een mens stippelt zijn weg uit, de HEER bepaalt de richting die hij gaat. | Het hart des mensen overdenkt zijn weg, maar de Here bestiert zijn gang. |
Geprezen zij de Heer, dag aan dag, deze God draagt ons en redt ons. sela | Geprezen zij de Here. Dag aan dag draagt Hij ons; die God is ons heil. sela |
Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen Mij, en terecht, want dat ben Ik ook. | Gij noemt Mij Meester en Here, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het. |
Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus. | Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus. |
Broeders en zusters, ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat u hebt aangenomen, dat uw fundament is en uw redding – als u tenminste vasthoudt aan de boodschap zoals ik u die verkondigd heb. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen. | Ik maak u bekend, broeders, het evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat, waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zó vasthoudt, als ik het u verkondigd heb, tenzij gij tevergeefs tot geloof zoudt gekomen zijn. |
Zie uit naar de HEER en zijn macht, zoek voortdurend zijn nabijheid. | Vraagt naar de Here en zijn sterkte, zoekt zijn aangezicht bestendig. |
Loof de HEER, roep luid zijn naam, maak zijn daden bekend onder de volken. | Looft de Here, roept zijn naam aan, maakt onder de volken zijn daden bekend. |
Want het is de HEER die wijsheid schenkt, zijn woorden bieden kennis en inzicht. | Want de Here geeft wijsheid, uit zijn mond komen kennis en verstandigheid. |
Eer de HEER met al je rijkdom, met het beste van de oogst. | Vereer de Here met uw rijkdom en met de eerstelingen van al uw inkomsten. |
Denken jullie dat Ik het toejuich als een slecht mens sterven moet? – spreekt God, de HEER. Nee, Ik wil dat hij tot inkeer komt en in leven blijft. | Zou Ik een welgevallen hebben aan de dood van de goddeloze? luidt het woord van de Here Here. Niet veeleer hieraan, dat hij zich bekere van zijn wegen en leve? |
U, HEER, bent een schild om mij heen, U bent mijn eer, U houdt mij staande. | Maar Gij, Here, zijt een schild dat mij dekt, mijn eer, en die mijn hoofd opheft. |
Neem steeds mijn sabbat in acht en heb eerbied voor mijn heiligdom. Ik ben de HEER. | Mijn sabbatten zult gij houden en mijn heiligdom ontzien, Ik ben de Here. |
Vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. | U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David. |
Moge de HEER een burcht zijn voor de verdrukte, een burcht in tijden van nood. | Daarom is de Here een burcht voor de verdrukte, een burcht in tijden van nood. |
In de morgen, HEER, hoort U mijn stem, in de morgen wend ik mij tot U en wacht. | Here, des morgens hoort Gij mijn stem, des morgens leg ik het U voor, en zie uit. |
Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. | Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u! |
Hij die van deze dingen getuigt, zegt: ‘Ja, Ik kom spoedig!’ Amen. Kom, Heer Jezus! | Hij, die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen, kom, Here Jezus! |