- De naam des Heren is een sterke toren;
de rechtvaardige ijlt daarheen en is onaantastbaar. - En alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!
- Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht.
- Gij hebt wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, ten einde te doen, zoals heden het geval is: een groot volk in het leven te behouden.
- Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem blijven en Hij in ons, dat Hij ons van zijn Geest gegeven heeft.
- Laat af en weet, dat Ik God ben;
Ik ben verheven onder de volken, verheven op de aarde. - Zie, des Heren oog is op hen die Hem vrezen,
die op zijn goedertierenheid hopen. - Eer de bergen geboren waren,
en Gij aarde en wereld hadt voortgebracht,
ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God. - Wie heeft dit bewerkt en tot stand gebracht? Hij, die de geslachten van de aanvang af heeft geroepen; Ik, de Here, die de eerste ben, en bij de laatsten ben Ik dezelfde.
- Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.
- God zegent ons,
opdat alle einden der aarde Hem vrezen. - En wie zijn geboden bewaart, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan onderkennen wij, dat Hij in ons blijft: aan de Geest, die Hij ons gegeven heeft.
- Jonge leeuwen lijden ontbering en honger,
maar wie de Here zoeken,
hebben geen gebrek aan enig goed. - O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!
- Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft.
- Neemt dan mijn geboden nauwgezet in acht: Ik ben de Here.
- Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.
- Gelijk een hinde die naar waterbeken smacht,
zo smacht mijn ziel naar U, o God. - Gij, Here, zetelt tot in eeuwigheid,
uw troon staat van geslacht tot geslacht. - Zou zich iemand in schuilhoeken kunnen verschuilen, dat Ik hem niet zou zien? luidt het woord des Heren. Vervul Ik niet de hemel en de aarde? luidt het woord des Heren.
- Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn?
- God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben.
Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen? - Geliefden, indien God ons zó heeft liefgehad, behoren ook wij elkander lief te hebben.
- Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad.
- God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here.
Gerelateerde onderwerpen
Liefde
De liefde is lankmoedig...
Betrouwbaarheid
Maar wèl getrouw is...
Aanbidding
O HERE, Gij zijt...
Kracht
Vrees niet, want Ik...
Hemel
Want de Here zelf...
Jezus
Jezus zag hen aan...
